Woerden 2 pakt een punt

Op zaterdag 3 februari reden er auto’s vanuit Schoonhoven (Sjaak), Gouda (Marcel), Bodegraven (Annie&Leen) en Linschoten (Henk en Julien, later aangevuld met Marjolein en Olivier die bij het station in Woerden werden opgehaald) naar Delft, waar Woerden 2 (gemiddelde rating 1731) speelde tegen DSC 3 (gemiddelde rating 1885). 

Sjaak Oosterlaken speelde deze keer aan bord 1. De opening verliep redelijk soepel, maar zijn opponent zette zijn stukken goed neer. Hij vond het lastig een plan te vinden in het middenspel en moest zijn pionnenstructuur wat compromitteren voor spel. Zijn tegenstander bleef echter degelijke zetten doen, zijn stelling verbeteren en tactische wendingen vermijden. Uiteindelijk kon hij twee pionnen winnen. Sjaak speelde nog door, omdat er nog veel stukken op het bord stonden en er zeker nog praktische kansen waren. Maar na het verlies van een derde pion en danig in het defensief gedrukt te zijn, besloot hij zijn verlies te erkennen.
Het kostte invaller Marcel van Oort heel wat hoofdbrekens om een meer dan behoorlijke stelling te bereiken. Letterlijk, want toen het zover was, was zijn hoofdpijn zó erg geworden dat hij het allemaal niet meer zo best zag en alsnog verloor.

De andere invaller, Olivier Huizer, mocht met zwart tegen een man die er zin in had. Hij pakte nogal wat ruimte in een Nimzo en speelde zijn paard van f3 via e5 naar g4. Toen Olivier die knol wilde wegjagen met h5, dacht hij niet lang en offerde dat ding pardoes op h6. Gewoon Paard h6 dus! Zonder iets te slaan. Er verschenen nog wat dreigende zetten op het bord, maar gelukkig kon zwart de nodige aanvallers afruilen. De aanval sloeg niet door en dus werd het remise.
Bij Henk de Heer gingen op zet zeven de dames van het bord, waarna de twee spelers in diep gepeins verzonken. Ze konden beiden geen potten breken en tekenden de vrede.
De tegenstander van Annie de Jong begon de opening met allerlei kleine zetjes (g3, d3, e3, Lg2, Pe2, Pd2). Ze liet zich niet afleiden door dat rare gedoe en ontwikkelde netjes haar stukken.  Na dame ruil op de negende zet stond ze zó goed, dat het voor de witspeler moeilijk was om een goed plan te verzinnen. Ze besloot om deze keer niet, zoals gewoonlijk, driest in de aanval te gaan, maar om alleen maar een beetje heen en weer te schuiven. Dit nietsdoen was moeilijk maar in dit geval lonend. Wit (met ruim 200 elo punten meer dan Annie) zag niets anders dan een remiseaanbod op de 25ste zet. 
Marjolein Theunissen heeft al de autorijders behoorlijk op (parkeer)kosten gejaagd door heel lang door te spelen. Ze stond eigenlijk de hele partij slecht tot verloren. Maar…. hoe zat het ook al weer met die ongelijke lopereindspelen? Haar tegenstander had zijn twee verbonden vrijpionnen tot op de zesde rij gebracht maar zag het winnende plan niet. Na een onnauwkeurigheid stond Marjoleins koning als een blok beton de onderste rij te verdedigen en speelde ze verder alleen nog maar haar loper tussen e5 en f4 heen en weer. ‘Zullen we maar naar huis gaan’, luidde het remise aanbod van haar tegenstander. Waarna hij een Ajax-shirt aantrok en gauw maakte dat hij naar de Arena kwam. Ook Ajax gaf die avond de winst uit handen en speelde gelijk tegen PSV.

Na het weigeren van een gambiet kwam Leen de Jong wat gedrukt uit de opening. Na weinig bereikt te hebben, probeerde zijn tegenstander met een afruil in het centrum een langdurige diagonale (b1-h7) druk tegen de vijandige koning te verkrijgen. Maar dit was een fout plan, stelde ook de computer later vast. Ineens stonden zwarts stukken beter. In de tijdnoodfase weigerde Leen eenvoudig een kwaliteitsoffer, hij ruilde materiaal en kwam een gezonde pion voor te staan. De koningsaanval die daarna volgde was beslissend en Leen pakte het volle punt.

Julien Rentrop speelde een prachtige aanvalspartij met wit tegen Michael Stoops. Hij vond dat hij in het begin van de partij wat minder kwam te staan: zijn tegenstander had een sterk paard terwijl Julien nog niet helemaal lekker kon ontwikkeld was en zijn f2 pion zwak was. Maar na het nodige geruild te hebben, draaide het om en kwam wit een (vrij)pion voor te staan. 
Om de druk verder op te voeren speelde hij d6 en kwam deze stelling op het bord:

Zwart nam het offer aan. Julien had berekend dat hij in de gespeelde variant (28 d6 Txd6, 29 Te8+ Kg7) in ieder geval ook nog De5+ en De3+ moest spelen, zodat hij met Dh3 eeuwig schaak kon verhinderen. Pas daarna kon hij de toren winnen. 
De andere variant, waarin zwart de toren op e8 direct zou slaan, zou niet werken: 28 d6 Txd6, 29 Te8+ Txe8, 30 Dxe8+ Kg7, 31 Txf7+ Kh6, 32 Df8+ Kh5, 33 Dxd6: hij zou dan een toren voor staan en hoefde ook niet bang te zijn voor eeuwig schaak.

Twee verloren, vier remises en twee gewonnen. We hebben voor de tweede keer dit seizoen een heel matchpunt gepakt! Als we niet uitkijken, dan handhaven we ons nog.

De stand in onze klasse lijkt mooier voor ons dan hij is. Er zijn maar negen teams en wij hebben de allerlaatste ronde vrij. 

Woerden 2 – DD 2: 1-7

Op zaterdag16 december moest het veelgeplaagde Woerden 2 het opnemen tegen DD2. Onze basisspelers Henk de Heer en Chris Klaassen werden vervangen door respectievelijk Olivier Huizer en Willem Vink. Tussen de gemiddelde rating van onze tegenstander en van onszelf zaten 221 ELO punten. 

Bord 8 Julien Rentrop
Zijn partij tegen Henk Happel was lastig. Hij kende de opening die zijn tegenstander speelde niet goed en het lukte hem niet om de stukken naar de juiste plekken te krijgen. Het was een lange partij en hij ging in het eindspel de mist in: er kon een pion promoveren en daarom gaf hij op.
Bord 7 Annie de Jong
Achteraf bleek dat zij met zwart meer dan twintig zetten gesloten Spaanse theorie te hebben gespeeld. Haar veel sterkere tegenstander nam, hoewel het nog volledig gelijk stond, het remiseaanbod helaas niet aan. Mede door de tijdsdruk deed ze niet de beste zetten, waarna de vijandige vrijpionnen niet meer tegen te houden waren. 
Bord 6 Marjolein Theunissen
Marjolein was zó bang om haar partij te spelen dat ze voor haar doen heel lang nadacht en deze keer in eerste instantie ‘slechts’ een pionnetje weggaf. Maar dat was wel funest. Onduidelijk gerommel in het middenspel kostte vervolgens nog een vol stuk. Dat was einde oefening.
Bord 5 Willem Vink
Bij invaller Willem gingen de eerste 25 zetten gelijk op, maar na een paar mindere beslissingen werd hij langzaam van het bord geschoven. Na de tijdscontrole kon hij zijn tegenstander feliciteren.
Bord 4 Sjaak Oosterlaken
Na de opening ontstond een stelling met tactische mogelijkheden voor zijn tegenstander. Sjaak anticipeerde maar reageerde daar niet optimaal op. Om zijn kansen in leven te houden, offerde hij een pion. Dat leidde tot levendig spel en ook praktische kansen. Uiteindelijk wist zijn opponent echter zijn pionnetje voordeel te consolideren en met de nodige moeite de ruil van de dames af te dwingen. Niet lang daarna veroverde hij een tweede pion en kon Sjaak de vlag strijken.
Bord 3 Olivier Huizer
In een Grand Prix offerde invaller Olivier een pionnetje op f5 en dat bleek nog te kunnen ook! Maar in plaats van op te geven, deed zwart een paar handige zetten en won eenvoudig het eindspel.
Bord 2 Leen de Jong
Na tien zetten gaf zijn tegenstandster een pion weg.  De geïsoleerde pluspion was met goed spel te behouden, tot aan de tijdnood. Een minder goede zet veranderde echter een zeker te behalen winst in een twijfelachtig vervolg. Juist na de 41 zet, toen hij weer alle tijd had, gaf hij een volle toren weg.

En zo was die zaterdag heel Woerden 2 veroverd door de soldaten van DD. Héél Woerden 2? Nee, de Eerste Bord Speler bleef dapper weerstand bieden aan de overheersers en redde de eer van Woerden 2!

Bord 1 Hans van Steijn
Hans speelde tegen één van DD’s jeugdspelers. Door een thematisch pionoffer kreeg hij controle over het centrum en de zwarte velden. Het was voor de omstanders niet altijd even duidelijk waar het heen ging. In ruil voor een slechte pionnenstructuur kreeg hij veel activiteit en zijn tegenstander raakte opgescheept met een koning die niet meer uit het midden kwam. Door een combinatie met de dame,  een ver opgerukte vrijpion én een zwarte loper op de lange diagonaal, was het tactisch niet meer te overzien voor zijn tegenstander. Hij kon de pion tot promotie brengen en er werd pas opgegeven net voordat Hans de dame zou winnen, gevolgd door mat.

Promotie 2 – Woerden 2 6-2

De verslagen van Woerden 2 worden gemaakt op basis van de partij-impressies van de spelers.  Die sturen ze aan mij op en dan maak ik er een verhaaltje van. Spelers die bang zijn om hun openingsrepertoire aan de grote klok te hangen, maken daar in hun impressies dan ook geen melding van. Meestal moet ik de spelers nog een beetje porren: ‘Vergeten jullie de impressies niet?’. Maar na de laatste wedstrijd, op zaterdag 25 november tegen Promotie 2, bleek dat niet te hoeven, op zondagochtend had ik het meeste al binnen. In ieder geval van degenen die níet verloren hadden. Waarom ik dan toch zo laat ben met het verslag deze keer? Ik was de hele zondag in mineur. Zelf stom verloren, team dik verloren en een toernooi moeten afblazen is echt niet wat je wil.
De afdeling Bodegraven zorgde voor de helft van het totaal aantal gescoorde punten. Annie de Jong speelde met wit een Italiaan waarin het gelijk opging. Een verrassende paard zet blokkeerde niet alleen het zwarte offensief dat ze over zich heen kreeg, maar dreigde ook de aanval volledig om te doen slaan. Met nog maar weinig tijd op de klok bood haar tegenstander remise aan. 

Leen de Jong speelde met zwart zijn favoriete opening, waarbij hij een doorbraak in het centrum net zo lang uitstelde tot het niet meer goed was. Zijn tegenstander kwam in tijdnood, maar speelde het vervolg uitstekend. Na een enerverende afwikkeling won hij een pion, om na de 40e zet ruim de tijd te nemen voor het vinden van een winstplan.
Dat was er wel, maar hij zag het niet. Daarmee was een gelukkig halfje een feit.
Aan bord zes rokeerde Chris Klaassen kort met zwart en zijn tegenstander lang. Daarna rukte zwart op met zijn pionnen op de damevleugel, maar plotseling had ook wit een koningsaanval. Die kon echter met een ruil van de dames afgeslagen worden. Bij schermutselingen rond de witte koning verloor zwart een pion, die hij later terugwon, maar zijn aanval was toen wel voorbij. Bij de 39ste zet werd tot remise besloten.
Julien Rentrop kende de theorie zetten van de opening die op het bord kwam. Hij dacht daarmee een voordeel te hebben, maar zijn tegenstander wist ook wat hij deed en kwam goed te staan. Om het initiatief naar zich toe te trekken, lanceerde Julien een pion richting de vijandige koning en dat pakte goed uit. Helaas lukte het niet om door de taaie verdediging heen te breken. Daarna leek het nog de verkeerde kant op te gaan, maar Julien wist zich eruit te redden door nog een pion door te laten breken waarna de aanval van een beter gepositioneerde dame en toren doodbloedde. Het werd remise door herhaling van zetten.

Ikzelf stond na de opening helemaal niet zo slecht, vond ik. Ik had een kwaliteit gewonnen en mijn dame domineerde het grootste deel van het bord. Maar toen overzag ik een heel eenvoudig text book matje in twee. Stap 1 was op dat moment blijkbaar nog te moeilijk voor me. Zelfhaat was mijn deel.
Na de opening had Sjaak Oosterlaken een uitdagende stelling, dankzij een achtergebleven pion en een slechte loper. Na heel veel laveren van zijn tegenstander en taai verdedigen zijnerzijds, besloot hij zijn achtergebleven pion op te geven voor spel. Dat lukte vrij aardig, en de materiële balans werd tijdelijk weer hersteld. Maar de balans sloeg nooit echt door, Zijn koning raakte uit positie om een randpion op te halen. En toen hij in het verre eindspel (loper tegen paard en wederzijds nog enkele pionnen) definitief een pion achter kwam te staan en ook een tweede ging vallen, was het pleit beslecht.
Hans van Steijn had zich goed voorbereid en kwam goed uit de opening maar zag een simpel trucje over het hoofd. Hierdoor moest hij twee stukken geven voor een toren. Tot overmaat van ramp kwam vervolgens zijn toren min of meer buitenspel te staan. Tegen beter weten in probeerde hij nog complicaties in de stelling te brengen. Uiteindelijk was het allemaal niet voldoende en kon hij opgeven

De prijs voor de kortste impressie gaat deze keer naar Henk de Heer: ‘Ik vond het een pijnlijke nederlaag. Volgens de boeken had mijn tegenstander strategisch een twijfelachtig plan. Maar tactisch was hij mij de baas.’.

Woerden 2 verliest ‘maar’ met 2,5 – 5,5

Was het maar vast november 2024. Dan kan ik vast weer juichende verslagen schrijven over de schitterende overwinningen van ons prachtige Woerden 2. Maar zoals het er nu naar uitziet, hebben we nog vijf héél zure appels voor de boeg.
Zaterdag 4 november speelden wij (gemiddelde rating 1773) tegen Het Witte Paard Haarlem 2 (gemiddelde rating 1991). En zoals te doen gebruikelijk, was ik weer als eerste klaar. Nu weet ik best dat mijn tegenstander een stuk sterker was dan ik. Dat het te verwachten was dat ik dan dus ook verloor. Maar waarom speel ik tegen zo iemand zo idioot veel slechter dan ik normaliter doe? In de opening knullig een pion kwijtgeraakt, zonder enige compensatie. In het middenspel nog een pion en een stelling. Het was om te huilen. Gauw vergeten die handel. 

Niet veel later was Leen de Jong klaar. Met wit spelend kwam er een bekende variant van de Tarrasch op het bord, waar hij na het einde van zijn theorie werd weggespeeld. Nog voor de 20e zet was pionverlies een feit.  Maar…. dat bleek meteen ook het einde van de problemen! De witte stukken stonden nu een stuk beter en er was voldoende compensatie voor de pion.  Het remiseaanbod van zwart werd dan ook geaccepteerd. 
Sjaak Oosterlaken dacht in een Grünfeld-Indische opening de pion op b7 te ‘schijnofferen’. De toren zou opgesloten raken en hij meende een kwaliteit te winnen. Maar zijn opponent zag het beter en Sjaak bleef de pion achter en kwam ook niet meer onder de druk uit. Wit kon afwikkelen naar een eindspel met twee pluspionnen en enkele zetten na de eerste tijdcontrole werd de zwarte koning omgelegd.

Bij Hans van Steijn leek de opening evenwichtig te verlopen. Zijn tegenstander offerde een pion voor stuk activiteit. Op een bepaald moment kon Hans een pion terug offeren om één van de sterkste stukken af te ruilen en een open h-lijn te creëren. Het was een lastige stelling en het leek erop dat hij prima stond. Maar na een tactische afwikkeling en een stil tussenzetje verloor hij een stuk. Hij probeerde – tegen beter weten in – dingen gecompliceerd te maken door nog meer materiaal te offeren. Helaas werden alle pogingen gepareerd en moest hij opgeven.

Met Henk de Heer ging het ondertussen best aardig. Na wat theoretische schermutselingen gaf zijn tegenstander een pion weg. Toen Henk een tweede won stond hij gewonnen. Maar hij heeft het niet af kunnen maken en dus werd het remise.
Julien Rentrop kreeg een zeer spannende partij op het bord, met complexe posities waarin beide spelers op de aanval speelden. Jammer genoeg raakte hij in tijdnood en speelde zijn laatste zetten op de 30 seconden increment. Daar ging hij helaas de fout in. Later bleek in de analyse dat het mogelijk was geweest om af te wikkelen naar een toreneindspel met gelijk of licht voordeel. Maar in de partij kwam hij een stuk achter te staan en moest opgeven.

Als invaller voor Annie moest Mark Pieterse natuurlijk alles geven tegen een sterke tegenstander en gelukkig haalde die in de opening wat zetten door elkaar zodat Mark snel prettig spel had. Na een iets te opportunistische zet in een ongeveer gelijke stelling wist hij een pion voor te komen.  Helaas koos hij ervoor om de pion net even te ver op te spelen waardoor de kans op een overwinning heel klein werd. Uiteindelijk op het laatst inderdaad te klein maar remise was een mooi resultaat.

Na zeven partijen hadden we dus anderhalve punt, een halfje meer dan in de eerste ronde na acht partijen.  Maar… Chris Klaassen bleek een held!   

In de Löwenthal variant van het Siciliaans speelde hij met wit een ongebruikelijke voortzetting. In het middenspel kon hij met een toren via de open h-lijn de zwarte dame opjagen en op koningsaanval spelen. Zwart koos voor dame ruil, waarna hij zijn loper middels een penning verloor. In het eindspel van twee torens, een loper en drie pionnen tegen twee torens en vier pionnen duurde het tot de 63ste zet voor zwart zich gewonnen gaf.

Man of the Match Chris Klaassen:

Woerden 2: gelijk spel voelt als winnen

Na het debacle van de vorige ronde, vertrokken we met lood in onze schoenen naar Haarlem om daar te gaan spelen tegen Kennemer Combinatie 3. Hun sterkste man deed niet mee, die was bezig om Kandidaat Meester te worden in Albanië bij de Europese Club Cup. Maar de spelers die er wél waren, hadden per bord beduidend meer elo punten dan de Calimero’s uit Woerden. Toch begonnen we niet onverdienstelijk.

bord 6: Pieter Kroon (1966) – Marjolein Theunissen (1708)
En opnieuw was ze als eerste klaar! Binnen tien zetten stond het huilen haar nader dan het lachen. Niemand bij zijn volle verstand speelt op de vierde zet Le6 om de loper drie zetten later terug te zetten naar f8, gezellig naast het paard op g8 dat ook nog niet ontwikkeld was. En dat met een pion achter. Maar goed, zij had lang en haar tegenstander kort gerokeerd, dus dat werd rommelen geblazen! Op de 18e zet waren de rollen behoorlijk omgedraaid. In een betere stelling bood ze haar veel sterkere, vroegere clubgenoot remise aan, die dat aannam.
bord 7:  Julien Rentrop (1657) – Robert Oosting (1801)
Julien kreeg een Siciliaan op het bord. Hij vond dat hij wat minder uit de opening kwam en vooral aan het reageren was op de zetten van zijn tegenstander op de damevleugel in plaats van zijn eigen plan te trekken. In het middenspel kon hij evenwel de activiteit met f4-f5 naar de koningsvleugel ombuigen. Dat ontwikkelde zich in een mooie aanval, maar zijn tegenstander begon steeds meer stukken af te ruilen en daarmee was er niets meer over van de aanval. De positie daarna was compleet gelijk (ook volgens de computer).  Nadat Oosting ook een zet herhaalde bood Julien remise aan en dat werd geaccepteerd. Hij is achteraf tevreden over de partij: hij speelde solide, heeft het initiatief naar zich toegetrokken met zijn aanval en remise is een goed resultaat tegen deze tegenstander.

Het eerste punt is binnen, een evenaring van ons vorige resultaat.

bord 3 Henk de Heer (1770) – Ron van Weezel (2038) 
Zwart was 35 minuten te laat. Dat was slecht voor Henks killersinstinct. Na een ongeïnspireerde aanval stond hij zeer slecht tot verloren. Maar, na geblunder, stond hij zeer goed tot gewonnen, met een aparte materiaal verhouding: Henk D + T, zijn tegenstander T + T + P en de nodige pionnen voor beiden. In de slotstelling hielden ze elkaar in een houdgreep. De eerste die bewoog zou verliezen. En dat was Henk dus. 
bord 8 Sacha Schiermeier (1793) – Annie de Jong (1610)
Annie speelde tegen de wedstrijdleider die niet alleen haar eigen teamwedstrijd maar ook die van hun tweede in de gaten moest houden. En als de wedstrijdleider nog niet achter haar bord zit, dan mag de tegenstander de klok pas indrukken als die wedstrijdleider wél achter het bord zit. Weer wat geleerd!
Met zwart kwam de Italiaanse opening op het bord en als snel stond Annie wat beter. Een goed paardoffer op g2 leidde tot een koningsaanval, maar dat had haar wel veel tijd gekost. Bovendien was haar eigen stelling toch wat verzwakt en haar stukken konden de winnende witte centrumdoorbraak niet verhinderen.

Zo stonden we dus met 3-1 achter. Maar op de andere borden stonden we helemaal nog niet zo slecht. Integendeel!

bord 1 Leen de Jong (1893) – Benjamin Go (2136)
Leen kwam goed uit de opening, zeker toen zijn tegenstander besloot om zijn paard te laten insluiten in ruil voor veel pionnen in het centrum. Stukwinst werd omgezet in kwaliteitswinst en het breken van de pionnenketen. Tegen de tijdcontrole werd het door onnauwkeurigheden van beide spelers nog spannend. Maar Go overzag de kansen die hem meer opgeleverd zouden hebben dan de nul die zijn deel werd.
bord 6 Peter Pijpers (2027) – Sjaak Oosterlaken (1753)
De witspeler opende agressief, offerde een pion voor aanval. Sjaak kon de aanval afslaan, de pion behouden en de torens verdubbelen op de h-lijn, hetgeen overigens nog niet doorslaggevend bleek. Later in de partij offerde Pijpers nog een kwaliteit, in de hoop de c-lijn naar zwarts lang gerokeerde koning te openen. Door de pion handig terug te geven, bleef Sjaak een gezonde kwaliteit voor. Met geduldig spel wist hij de druk te vergroten. Nadat hij nog twee pionnen had verorberd, staakte zijn tegenstander zijn verzet.
bord 2 Jan Bakker (2100) – Hans van Steijn (1909)  
Hans had zich voorbereid op twee spelers, wat helaas vergeefse moeite geweest bleek toen hij zag tegen wie hij mocht. Hij kwam wat verdrukt te staan in ruil voor een ingesloten paard en een slechte loper, maar hij wist een gedekte vrijpion te creëren. Vervolgens kon hij met een mooi schijnoffer van de dame, de dames en een stuk afruilen. Met een goede tegen een slechte loper was het nog erg moeilijk dit uit te buiten. Maar met een fraaie maneuvre wist hij zijn loper te offeren voor twee pionnen. In een paar zetten werden zijn paard en koning zeer actief. Toen ook de vrijpion nog verder oprukte, kon wit niet anders dan opgeven.
bord 5 Chris Klaassen (1691) – Derk Kouwenhoven (2000)
In de Rubinstein-variant van het vierpaardenspel koos Chris aan bord vijf een suboptimale voortzetting die wel tot behoud van het loperpaar leidde, maar ook naar een dubbelpion op de d-lijn, waarvan de voorste na verloop van tijd verloren ging. Rond de 50ste zet ontstond een eindspel met lopers van gelijke kleur. Het nadeel van een pion minder noopte Chris bij zijn 63ste zet en na vijfeneenhalf uur spelen op te geven.

We hebben dus niet verloren! We speelden gelijk, maar dat voelde voor ons allemaal als een overwinning.

Woerden twee verliest

Verleden jaar was Woerden 2 gepromoveerd. Dat was natuurlijk heel erg leuk, maar de keerzijde van de medaille is dat je veel sterkere tegenstanders mag verwachten in het huidige seizoen. 
De eerste ronde zijn we meteen heel hard met de neus op de feiten gedrukt. Waar wij een gemiddelde rating van 1756 hadden, was die van onze tegenstanders 1949. 

Aan het eerste bord kwam Leen de Jong terecht in een opening die hij goed kende. Zijn tegenstander wikkelde op de negende zet af naar een gelijkwaardig eindspel. Tot de 23e zet bleef de stelling in evenwicht maar nawat onnauwkeurigheden van Leens kant en een fout in een al wat mindere stand, konden de stukken terug in het doosje.
Bij tweede bordspeler Hans van Steijn ging de opening beter dan verwacht en kreeg hij controle over de d-lijn. Hij zag echter een simpel valletje over het hoofd, waardoor hij een kwaliteit verloor en moest vechten voor een remise.  De tegenstander pareerde vaardig het klein beetje gevaar van het loperpaar en met een verzwakte pionnenstructuur en een passieve koning moest Hans uiteindelijk opgeven.
Henk de Heer speelde aan bord drie een partij van meer dan vier uur waarbij hij goed uit de opening kwam en een pion won. Ergens heeft hij gewonnen gestaan. Met vaste hand wikkelde hij vervolgens af naar een eindspel met een pion minder. Langs randen van onmetelijke afgronden wist hij remise te houden.
De tegenstander van Sjaak Oosterlaken was niet zo goed vertrouwd met de Gesloten Siciliaan, waardoor Sjaak langzaam maar zeker aan een overwicht kon bouwen. Toen de druk op de zwarte stelling bijna onhoudbaar was geworden, maakte hij een ongelooflijke blunder door zijn dame weg te geven. Hij kon vervolgens direct opgeven…
Aan het vijfde bord speelde Chris Klaassen de drakenvariant van het Siciliaans. Op de tiende zet stonden alle witte stukken op één na weer op de onderste rij. Na een agressieve aanpak verloor zwart door een tussenschaakje evenwel een pion en vlak daarna stortte zijn stelling volledig in. Op de 26ste zet was het voor Chris de hoogste tijd om op te geven.

Net als aan bord vier en vijf kwam ook bij Marjolein Theunissen een Siciliaan op het bord, waarbij ze aanvankelijk haar stukken zó neer zette dat ze er alleen maar last van had. Maar toen ze dan eindelijk loskwam, kwam ze ook goed los! Ze won materiaal en de pionnenstructuur van haar tegenstander was een zielige gatenkaas. Een andere speler zou haar stelling ongetwijfeld gewonnen hebben. In plaats daarvan zette ze haar stukken zo neer, dat ze er alleen maar last van had en was ze opgelucht dat er drie keer dezelfde stelling op het bord kwam.
Julien Rentrop is de enige nieuweling in Woerden 2 en hij vindt het leuk om weer te kunnen spelen.  Zijn tegenstander op bord zeven was Dick van den Berg, die vrij veel tijd gebruikte   in het Damegambiet terwijl de zetten naar Juliens idee vrij standaard waren. In het middenspel ging het niet helemaal lekker en verloor de zwartspeler een pion. Om er wat van te maken probeerde hij nog een aanval op te zetten, maar daar kwam helaas niet veel van terecht. Hij verloor nog meer materiaal kwam en moest toen opgeven.  
Hekkensluitster Annie de Jong liet zich overrompelen door het Lettisch gambiet (e4 – e5, Pf3 – f5). De pion direct aannemen zou tot wat voordeel geleid hebben, maar toen zij het deed, op zet 18, was dat niet meer het geval. Ze bezweek dankzij een geopende g-lijn. 

De topscorers van het tweede

W O E R D E N  2    K A M P I O E N

De laatste ronde. We konden kampioen worden, maar dan moest het wel allemaal meezitten. Om te beginnen moesten we natuurlijk van tegenstander Botwinnik 2 zien te winnen.  En als Philidor Leiden 3 met grotere cijfers dan wij zouden winnen, dan waren we alsnog tweede. Maar als ze met gelijke cijfers zouden winnen, dan gaat artikel 7.5 van het competitiereglement in werking: ‘Als aan het einde van de competitie twee of meer teams in een groep hetzelfde aantal bordpunten hebben behaald, wordt hun volgorde bepaald door het aantal matchpunten uit de onderlinge wedstrijd(-en) en als dat ook gelijk is, het aantal bordpunten uit de onderlinge wedstrijden’. Dit is heel ingewikkeld opgeschreven, bedoeld voor de situatie dat bijvoorbeeld vijf teams gelijk eindigen. Maar als het maar twee gelijk eindigende teams betreft, dan gaat het gewoon om het onderling resultaat. En wij hadden van Philidor Leiden 3 gewonnen.

Het is inmiddels traditie dat Marjolein als eerste klaar is. Het ging een tijd niet zo goed met haar schaakprestaties maar ze had het advies van de clubkampioen ‘je moet gewoon puzzeltjes op gaan lossen’ ter harte genomen. Dat resulteerde in een spectaculaire offer partij waarbij haar tegenstander gewillig een handje hielp door zijn dame buiten spel te zetten en zijn toren op een raar veld te plaatsen. Net toen ze dacht, ‘nu moet ik toch dat stuk nog een keer terug zien te winnen’ liet haar tegenstander zich mat zetten.

Henk de Heer zorgde niet veel later voor het volgende punt. Voor het eerst sinds 36 jaar speelde hij een partij waar hij tevreden over was. Het leek op een Slaaf, en het leek op de lessen die hij van onze clubkampioen had gehad. Hij zette zijn tegenstander mat. Henk is daarmee topscorer van het tweede, met 4,5 uit 5 een TPR van 2049.

Topscorer Henk de Heer

Het is ook een traditie dat Hans Tuit snel klaar is. Maar hij onthult nu wat de reden daarvan is. ‘Aan bord 6 werd duidelijk wie dit seizoen ‘de mol’ was. Ik heb verwoede pogingen de kampioensaspiraties van het team te frustreren, maar het is me uiteindelijk net niet gelukt. Ook nu weer een 0 aan mijn bord en weer door een stuk weg te geven. Misschien wed ik wel op mijn eigen partijen…’

Sjaak Oosterlaken debuteerde in het tweede. Hij vroeg de teamleider of er regels waren voor het remise aanbieden. Die zijn er niet. De teamleider is van mening dat de spelers zelf het best weten of ze remise kunnen aanbieden of aannemen. De een vindt het vreselijk om een middag te pielen achter een stel dichtgeschoven pionnen, de ander kan zijn geluk niet op om een obscuur eindspel tot op het bot af te kluiven. Sjaak stond weliswaar een pionnetje voor toen hij dus toch zijn aanbod deed, maar daar had hij veel tijd voor nodig gehad. 

Bij Botwinnik hadden ze wel regels voor de remise. Tot driemaal toe kreeg Sjaaks tegenstander te horen dat hij nog maar even vijf minuutjes moest wachten met zetten. Maar toen mocht hij het eindelijk van zijn teamleider aannemen.

Leen had met zwart zijn favoriete opening op het bord gekregen. De witspeler gebruikte veel tijd en durfde het aan om een pionoffer aan te nemen, terwijl hij begrepen moet hebben dat Leen wél en hij zelf níet wist hoe de theorie in elkaar zat. Kort daarna ging het echter mis. Een kwaliteitsoffer van zijn tegenstander leverde hém nog een pion maar Leen een versplinterde zwarte pionnenstructuur op.  Gelukkig ging hier het verschil in tijd meespelen. In plaats van door te pakken (computer waardering +2.50) kreeg zwart de kans om de verdediging wat beter te organiseren. Na het terugveroveren van de zevende rij en daarna de d-lijn, werden in een slechts iets mindere stand (+0.30) de zetten herhaald.

Hans van Steijn had zich goed voorbereid tegen de speler die helaas aanschoof tegenover zijn buurman Mark. Zijn tegenstander lanceerde vrij vroeg een pionnenstorm op de koningsvleugel. Na de aanval gepareerd te hebben was het Hans’ beurt op de damevleugel. Door de a-pion en de torens op de c-lijn te combineren kon hij de damevleugel zodanig versterken dat hij een pion won en wikkelde hij af naar een paard toreneindspel. Hierbij rolde hij de ver opgerukte pionnen aan de andere kant van het bord op en kon zo de winst veiligstellen.

En toen stond het dus 4-2. Als we een half puntje konden winnen uit die laatste twee partijen, hadden we in ieder geval evenveel matchpunten als Philidor Leiden 3 (ervan uitgaand dat die zouden winnen).

Bij Mark lukte dat in ieder geval niet. Zijn partij was een leerzaam moment, in de opening pakte hij wat ruimtevoordeel maar dat had hij nog veel beter kunnen uitbuiten. Zijn tegenstander kreeg daarom voldoende tegenspel en door in een gelijkwaardige stelling de foute keuze te maken om de dame te ruilen, gaf Mark de partij weg.  

Het wachten was nu op Sofia, haar partij was de laatste van alle 24. Sofia wint meestal door haar tegenstander in de opening en het middenspel helemaal weg te combineren, maar nu was het bord zo goed als leeg, met alleen een paard en drie pionnen voor beide spelers. Het was een bijzonder gezicht: een grietje van nog maar 13 jaar oud met allemaal kerels om haar heen die haar partij bekeken, het invoerden op hun telefoontjes, er met elkaar over overlegden. Heeft ze een winst gemist? Misschien. Maar ze hoefde die stelling niet te verliezen en dat deed ze dan ook niet.

Remise!

We hadden dus onze twee matchpunten, maar met de kleinst mogelijke overwinning. Hou zou de concurrentie het gedaan hebben? Dat hebben we toen maar bij Dimitra afgewacht. Het was van tevoren nog een heel gedoe om op zo een drukke zaterdagavond voor een grote groep bij de Griek te kunnen reserveren.  Het kon eigenlijk alleen maar als we allemaal hetzelfde zouden gaan eten. Bovendien was de vaatwasser stuk en werd ons gevraagd eigen bord en bestek mee te nemen.

Toen de schalen dampend van het vlees opgediend werden, kwam het verlossende bericht. Ook Philidor Leiden had met het kleinst mogelijke verschil gewonnen. En dat betekende dat Woerden 2 zich de winnaar mag noemen van groep 5G. 

Prijs

In Woerden 2 speelden dit jaar (aantal wedstrijden tussen haakjes): Hans van Steijn (7), Leen de Jong (7), Marjolein Theunissen (7), Hans Tuit (6), Mark Pieterse (5), Annie de Jong (5), Olivier Huizer (4), Jan Bulk (3), Sofia Moskalets (2), Henk Dankers (1), Chris Klaassen (1), Jory Koot (1), Sjaak Oosterlaken (1) en Michiel Somers (1).

Woerden 2 wint van Philidor Leiden 3

Onze tegenstander in de zesde competitieronde, Philidor Leiden 3, was op dat moment koploper van onze klasse met acht matchpunten en 27,5 bordpunten en wij zaten ze, met zes matchpunten en 26,5 bordpunten, samen met nog twee andere teams, pal op de hielen. Een belangrijke wedstrijd, wilden we nog kansen maken op een eventueel kampioenschap. 

En ook nu was Marjolein als eerste klaar! Alleen dit keer met een dikke nul nadat zij planloos had zitten spelen en zich vervolgens in allerlei onderste-rij-nesten had weten te werken. Maar ze had het ook zwaar: haar tegenstander zat steeds te frunniken aan een smoezelig knuffeltje dat hij als mascotte naast het bord gezet had zodat zij eigenlijk twee tegenstanders had.

Tien seconden later gaf ook Hans Tuit op. Bij Hans begint zich een vast patroon te ontwikkelen door gemiddeld iedere twintig zetten tenminste één stuk weg te geven. Tegen Philidor Leiden verbeterde hij dat gemiddelde aanzienlijk door iedere tien zetten een stuk weg te geven. Kortom, volstrekt kansloos en na anderhalf uur zaten de stukken weer in de doos.

Gelukkig was daar toen Henk. Zijn partij was net zo wild als zijn reis naar de speelzaal. Hij was twintig minuten te laat, stond na twintig minuten gewonnen, en moest vervolgens twee uur lang matdreigingen pareren. Door al het geofferde materiaal op tijd terug te geven won hij zijn partij.

Voor Hans van Steijn was Philidor Leiden uit een klein beetje als een thuiswedstrijd. Vele gezichten kende hij nog van de korte tijd dat hij daar geschaakt had. Al gauw kreeg hij een voordeel in de opening en kon hij een mooi centrum opbouwen. In het middenspel dacht zijn tegenstander met een slim trucje een kwaliteit te winnen. Maar aan het eind van die combinatie wist Hans zelf nog een stuk te winnen. Met een toren op de 7de rij en actieve paarden had hij een duidelijk overwicht. Nadat hij de ene pion na de andere snoepte, gaf zijn tegenstander op.

De tegenstander van Mark dacht in een Engelse opening een pion te kunnen winnen maar nadat hij daardoor geforceerd het centrum opende, verloor hij uiteindelijk een pion. Met een vervelende vrijpion op c6 en daarna ook nog eentje op a5 werd uiteindelijk zijn koning gedwongen de a pion op te halen waarbij Mark zelf de koningsvleugel kaalplukte en uiteindelijk een tempo over had met dame promotie als gevolg. 

Op bord twee zat de 13-jarige Oekraïense Sofiia Moskalets die al van zich heeft doen spreken door eerste te worden in het plaatsingstoernooi voor het Nederlands Jeugd Kampioenschap tot 18 jaar. Zij kwam met de zwarte stukken goed uit de opening en had in een mum van tijd het centrum stevig in handen. Haar tegenstander was min of meer gedoemd om in de touwen te blijven hangen en gaf nog een kwaliteit voor enige bewegingsruimte. Dat mocht echter niet baten en hij werd dan ook zeer degelijk van het bord gezet. Een zeer overtuigende overwinning van Sofiia!

Toen stond het dus 4-2 voor ons en niet lang daarna stelde Leen de overwinning veilig.

Hij had zich voorbereid op een partij die hij van zijn tegenstander had kunnen vinden. Die had toen weliswaar gewonnen, echter vanuit een slechte stand. De bedoelde zetten kwamen ook op het bord, echter zonder enig positievoordeel. Plotseling doorbrak Leens tegenstander het tijdrovende, moeizame manoeuvreren met een foute poging om zijn achtergebleven pion te bevrijden. Door een penning was daarna het verlies van een kwaliteit niet meer te vermijden.  Door een kamikazeactie kwam daar nog een stuk bij, waarna zijn tegenstander nog wat te lang doorspeelde.

Zijn vrouw had het een stuk lastiger. Annie kwam op zich wel aardig uit de opening, maar bleef de hele partij te passief spelen. Ze had een geïsoleerde pion, die zij niet kon behouden. Haar tegenstander maakte het eindspel goed af.

Nog één ronde te gaan. Het is heel spannend. Er staan drie teams met 8 matchpunten bovenaan. Wij spelen in de laatste ronde tegen mede kanshebber Botwinnik. Philidor Leiden heeft het op papier wat makkelijker, tegen Rijswijk, het voorlaatste team.

KNSB team Woerden 2 speelt gelijk

Woerden 2 speelde op 11 februari tegen Schaakhuis 2. Het verloop van de diverse partijen was grillig: waar remise een logisch resultaat was, werd er toch gewonnen of verloren. Waar winst of verlies een logisch resultaat was, werd het toch remise. Dan is de slotstand 4-4 eigenlijk best een logisch resultaat.

Opnieuw was Marjolein als eerste klaar en ook deze keer had ze gewonnen. Met zwart kreeg ze een behoorlijke koningsaanval over zich heen. Maar ze liet zich niet verleiden door de offers en scharrelde waar mogelijk het nodige materiaal bij elkaar. Toen de rook opgetrokken was, stond ze gewoon een stuk, een pion en een stelling voor. Haar tegenstander gaf op toen ze de matzet aan het uitvoeren was.

Olivier speelde op bord vier met wit tegen een tegenstander die op papier zwakker leek maar op het bord sterker bleek. In een Scandinaviër had hij een mooi paard op e5 en offerde hij een pion voor wat aanval maar de heer Fischer bleef ijskoud verdedigen en trok de partij ongenadig hard naar zich toe.  

Bij Hans Tuit wil het dit seizoen niet lukken. In een reguliere Franse partij leek hij ruim drie uur op een rustige remise af te stevenen. Maar ja, het overzien van een ‘lopervork’ kostte een vol paard en maakte zijn stelling op slag hopeloos. Over en uit.

Ook de andere Hans was wat slordig met de stoeterij. Hij begon sterk in de opening en met een mooi trucje won hij een pion. Die offerde hij terug voor activiteit in een toreneindspel. Met wederom een tactische wending won hij even later nog een loper. Vervolgens creëerde zijn tegenstander een dolle toren. En net toen Hans dacht dat hij het helemaal voor mekaar had… verblunderde hij zijn paard wat resulteerde in een, eigenlijk onverdiende, remise.

Na een foutje in de Sämisch variant van het KI leverde Mark al vroeg een stuk in. Hij kon hier nog een kwaliteit voor terug grabbelen maar desalniettemin stond hij heel erg verloren (Mark: ‘Ik bespeur een trend.’). Na wat foutjes van de tegenstander, mede geholpen door de tijdnood wist hij nog wat tegenspel te creëren om uiteindelijk de, zwaar onverdiende, remise over de streep te trekken. Straftraining voor Mark en een volgende keer hopelijk een sterker begin.

Ook in Leens partij was een hoofdrol voor de klok weggelegd. Zijn tegenstander had een onuitspreekbare naam en leek op een nog zwaardere versie van Nakamura.  Zijn planmatige ‘London’ opening gaf geen enkele indicatie over zijn speelsterkte. Leen durfde na een half uur nadenken 8. (…) e7-e5 niet aan, uit angst voor een voorbereide variant, waarna het lange tijd gelijk bleef. Zijn enige voordeel bestond uit extra tijd op de klok, maar op het bord werd zijn stelling lastig door zijn foute 33e zet. Zijn tegenstander mistte in tijdnood een kans op eeuwig schaak maar bereikte nog wel heelhuids de reddende 40e zet. Waarna hij opnieuw enorm lang na ging denken. Ten slotte bezweek hij toen hij weer in enorme tijdnood kwam en won Leen de partij. 

Annie had wit en haar tegenstander speelde een soort vertraagde Philidor waardoor zij zich liet verleiden tot een veel te wilde aanval. Dat leverde weliswaar een stuk op maar vervolgens had zij de aangeboden giftige pion beter niet genomen. Haar tegenstander vergat het stuk terug te winnen, maar Annies koning stond behoorlijk onveilig. Na secuur verdedigen, keerden de kansen: Annie begon nu zelf een koningsaanval en won de partij toen ze de dame veroverde.

In september is Chris bij onze schaakclub gekomen na 48 jaar niet meer een serieuze partij gespeeld re hebben. Hij was dan ook vereerd te mogen invallen. Na een vreemde opening (1.d4, Pf6 2. Lg5, g6 4. Lf6x) stond hij als zwartspeler toch niet echt lekker. Bovendien verloor hij een pion. Uiteindelijk werd het een dame-eindspel, waarin Chris twee pionnen achter kwam te staan toen hij dame-ruil wilde vermijden in de hoop op eeuwig schaak. Dat was een misrekening, omdat die ruil tot een remise pionnen-eindspel geleid zou hebben. Na zoveel jaren was de kennis over dit soort eindspelen weggezakt. Na een reeks van 17 schaakjes wist de witte koning zich te verstoppen en was het de hoogste tijd op te geven.

Woerden 2 wint van Voorschoten 3

Afgelopen zaterdag toog Woerden twee naar Voorschoten om daar tegen het derde van SV Voorschoten te spelen. In de auto had ik Michiel (die voor het eerst inviel in het tweede) en Hans (die voor het eerst op het eerste bord speelde) nog heel erg laten schrikken doordat ik Voorschoten en Voorthuizen (waar ze óók een Schoolstraat hebben) door elkaar haalde. Bij voorbaat werden alle mogelijke tegenvallende resultaten aan mij toegeschreven. Maar Hans had ons keurig naar Voorschoten gebracht waar we bibberend en glibberend de speelruimte van de tegenstanders bereikten.

Duurde mijn partij de vorige ronde het langst, deze keer was ik met wit als eerste klaar. Mijn tegenstander dacht ‘Kom, laat ik eens lang rocheren in een Italiaan.’, maar speelde verder zo slap, dat ik op 13e zet een onaantastbare toren op f7 had staan en hij op de 20e zet op kon geven.

Niet veel later was de partij naast mij op het achtste bord van Michiel Somers klaar. Zijn tegenstander was op de fiets vanuit Katwijk gekomen, alle ijzel en kou trotserend. ‘Dan moet hij wel een liefhebber van het spel zijn.’ dacht Michiel. Niets bleek minder waar: loper naar f4 op zet twee en koelbloedig (de verwarming stond uit) creëerde Michiel in zijn eigen stelling een dubbelpion, met compensatie. Uiteindelijk bleek die compensatie toch tegen te vallen en werd het remiseaanbod aangenomen.

Op dat moment zat Olivier Huizer breed glunderend achter zijn bord. In een Russische opening won hij een tempootje en kwam met een paard op f5. En wat doe je met een paard op f5? Juist, die wil naar g7. Het offer bleek correct. Ook een verrassend tegenoffer kon daar niets aan veranderen. Na het nodige vuurwerk raakte de tegenstander het spoor volledig bijster en liet hij zich pardoes mat zetten. Met de dame. Op g7. Dat was een prettig partijtje voor Olivier.

Hoe anders verging het Hans Tuit, hij had juist een partij om snel te vergeten. Zijn tegenstander koos voor de Caro-Kann en de computer beoordeelde de stelling al snel met -3. Na wat zwakke zetten werd het plotseling +3 voor Hans. De aanval zag er mooi uit met paard, toren en dame. Achter het bord en tijdens de analyse viel de winst echter niet te vinden. Na wat zwakke zetten bloedde de aanval dood. In een al verloren stelling ging Hans uiteindelijk door zijn vlag.

Leen de Jong was ons zorgenkind. De dag daarvoor was hij gevallen en had hij een grote bult op zijn hoofd en een akelig dikke blauwe hand. Als dat maar goed zou gaan! Hij speelde met zwart aan bord twee en het spel verliep geleidelijk van iets minder naar steeds wat beter. Rond de 30e zet vergat hij echter om door te pakken.  Nu kwam er een afwikkeling op het bord waarin niets meer te beleven viel waarna de vrede getekend werd.

Annie de Jong pakte van begin af aan wél goed door. Ze kwam uitstekend uit de opening en kwam door een combinatie een stuk voor. Maar nog belangrijker was de vrijpion op de b-lijn die ze had weten te maken. Die was niet meer te stoppen en zo was het punt binnen.

Hans van Steijn kwam lekker uit de opening met veel ruimte en initiatief. In het middenspel koos hij voor een afwikkeling van het eindspel waarbij hij het loperpaar had met een ietwat verzwakte pionnenstructuur. Toen hij ongelukkigerwijs een pion kwijtraakte, ontstond er uiteindelijk een eindspel met ongelijke lopers. Hij moest hard werken om de twee aangesloten vrije pionnen van zijn tegenstander tegenhouden. Maar dat lukte en dus werd het remise.

Ten slotte was het het wachten op Henk de Heer. Duurde zijn partij de vorige ronde het kortst, deze keer was hij met zwart als laatste klaar. Het toreneindspel van toren plus twee pionnen tegen toren alleen was theoretisch gewonnen, maar zat vol valkuilen. Henk wist ze allemaal te omzeilen, het klopte allemaal net.